Voltaire Netwerk
DE VERZWEGEN SLACHTOFFERS VAN DE WESTERSE OORLOGEN

4 miljoen doden in Afghanistan, in Pakistan et in Irak sinds 1990

De Westerse publieke opinies zijn er van overtuigd: het kolonialisme behoort tot het verleden; hun Staten plegen geen massamoorden meer. Maar de werkelijkheid is heel anders. Dit hebben meerdere internationale verenigingen (waaronder de Nobel Vredesprijs van 1985, toen deze onderscheiding nog iets betekende) kortgeleden aangetoond; alleen al in Afghanistan, Pakistan en Irak hebben de westerse oorlogen waarschijnlijk 4 miljoen doden gekost.

| London (Verenigd Koninkrijk)
+
JPEG - 38.5 kB
Van Azië uit gezien hebben de westerse oorlogen de Staatsbevolkingen niet geholpen, noch de democratie gebracht, noch 11-september gewroken, maar uitsluitend dood en verderf gezaaid.

Een belangrijke studie toont aan dat de door de Verenigde Staten gevoerde « oorlog tegen het terrorisme » tot 2 miljoen personen heeft gedood. Het gaat hier echter slechts om een gedeeltelijke telling van de doden waarvoor het Westen in meer dan twee decennia in Irak en Afghanistan verantwoordelijk is.

"Physicians for Social Responsibility" (PSR), een vooraanstaande NGO Niet-Gouvernementele Organisatie gevestigd in Washington DC heeft vorige maand een belangrijke studie gepubliceerd [beschikbaar aan het eind van dit artikel] die aantoont dat het aantal slachtoffers van de « oorlog tegen het terrorisme » in het tiental jaren sinds de elfde september minstens 1,3 miljoen bedraagt. Volgens deze NGO zou dit zelfs de 2 miljoen kunnen bereiken.

Gepubliceerd door een met de vredesprijs genobeliseerde ploeg medici, is dit rapport van 97 bladzijden de eerste telling van het totale aantal civiele verliezen door de « anti-terroristische » interventies verricht onder Amerikaanse leiding in Irak, in Afghanistan en in Pakistan.

Dit rapport van de PSR werd samengesteld door een ploeg interdisciplinaire experts van de eerste orde op het gebied van de openbare gezondheid, waaronder Dr Robert Gould, directeur van bewustmaking en onderricht van het geneeskundige beroepspersoneel aan het medische centrum van de universiteit van Californië (San Francisco). Onder de de schrijvers kunnen we tevens noemen Professor Tim Taka-ro, docent aan de faculteit der gezondheids-wetenschappen aan de Simon Fraser universiteit in Canada.

Desalniettemin werd deze studie bijna geheel genegeerd door de Engelssprekende [NvdV: en Franssprekende] media. Toch is dit de eerste poging - van een internationaal gerenommeerde organisatie -, een wetenschappelijk geloofwaardige berekening van het aantal door de Verenigde Staten, Groot Brittannië [en Frankrijk] in deze « oorlog tegen het terrorisme » om het leven gebrachte personen te presenteren.

Zich hoeden voor weglatingen

Dit rapport van de PSR wordt beschreven door Dr Hans von Sponeck, vorig adjunct Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, als een « belangrijke bijdrage om de kloof te overbruggen tussen de betrouwbare schattingen van oorlogsslachtoffers - vooral van de burgerbevolkingen in Irak, Afghanistan en Pakistan -, en de tendentieuze, gemanipuleerde en zelfs vervalste ramingen. »

De studie bevat een wetenschappelijke navorsing van de vroegere schattingen van het aantal slachtoffers van de « oorlog tegen het terrorisme ». Wat betreft Irak is de studie vooral kritiek t.a.v. de in de media voor het grote publiek gewoonlijk als bona-fide geciteerde cijfers, d.w.z. de door de Iraq Body Count (IBC) aangekondigde 110.000 doden. Dit aantal is nu juist gebaseerd op de door de media aangegeven civiele verliezen. Welnu, de PSR heeft ernstige mankementen en andere methodologische problemen geïdentificeerd in deze werkwijze.

Bijvoorbeeld, hoewel er in Najaf alléén sinds het begin van Iraakse oorlog 40.000 doden werden begraven, gaf de IBC slechts 1.354 sterfgevallen op in deze stad in dezelfde periode. Dit voorbeeld geeft de omvang van het verschil tussen de cijfers van de IBC en de ware cijfers in Najaf aan. In dit geval is het werkelijke aantal 30 keer zo hoog.

In de gegevens van de databank van de IBC wemelt het van dergelijke verschillen. In een ander voorbeeld vindt deze organisatie maar 3 luchtaanvallen over een bepaalde periode in 2005. In werkelijkheid was het aantal aanvallen uit de lucht van 25 tot 120 opgelopen in dat jaar. Deze keer waren de gegevens 40 keer lager dan de werkelijkheid.

Volgens het PSR rapport was het aangevochten onderzoek van de revue Lancet, welke het aantal Iraakse doden tussen 2003 en 2006 op 655.000 had geschat —en, door extrapolatie, op meer dan een miljoen tot heden—, waarschijnlijk heel wat dichter bij de werkelijkheid dan de cijfers van de IBC [1]. Inderdaad bevestigt het rapport het quasi raamakkoord onder de epidemiologen over de betrouwbaarheid van het Lancet onderzoek.

Ondanks een bepaalde legitieme kritiek is de hier gebruikte statistische methodologie een universeel erkend model voor het vaststellen van het aantal doden in conflictzones: het wordt trouwens ook gebruikt door regeringen en internationale agentschappen.

Politieke weerstand

De PSR heeft ook de methodologie en conclusies van andere studies, die op lagere dodentallen uitkomen, geanalyseerd, zoals een artikel van het New England Journal of Medecine, dat een aantal ernstige lacunes vertoont.

Inderdaad, het artikel neemt provincies die onder de grootste geweldsuitbarstingen hebben geleden niet in aanmerking, d.w.z. Bagdad, Al-Anbar en Ninive. In plaats daarvan baseert het zich op op de foutieve gegevens van de IBC voor een extrapolatie van de cijfers voor deze gebieden. Bijvoorbeeld, de interviews werden geleid door de Iraakse minister van gezondheid die « volkomen afhankelijk was van de bezettende macht » en die, onder druk van de Verenigde Staten, de publicatie van de gegevens over de Iraakse gevallenen geweigerd had.

De PSR heeft vooral de verklaringen van Michael Spaget, John Sloboda en anderen die de « frauduleuze » gegevensverzameling van de Lancet-studie bekritiseerden, geanalyseerd. Volgens de NGO zijn dergelijke tegenargumenten ongegrond.

De enkele « legitieme bezwaren, doen » volgens de PSR « geen afbraak aan de resultaten van het onderzoek van de Lancet over het algemeen. Deze cijfers blijven de beste op dit moment beschikbare schattingen ». De conclusies van de Lancet worden bovendien gesteund door de gegevens van een nieuwe studie door de wetenschappelijke revue PLOS Medecine, die 500.000 oorlogsslachtoffers in Irak heeft geïdentificeerd. In totaal heeft de PSR kunnen vaststellen dat het meest waarschijnlijke aantal civiele doden sinds 2003 ongeveer 1 miljoen is.

Hieraan voegt de PSR studie minstens 220.000 doden in Afghanistan en 80.000 in Pakistan, die direct of indirect tengevolge van deze door de Verenigde Staten geleide militaire veldtocht om het leven kwamen. In andere woorden voert deze NGO een « lage schatting » van 1,3 miljoen doden in Irak, Afghanistan en Pakistan aan. De werkelijke cijfers zouden echter gemakkelijk « de 2 miljoen overschrijden ».

Nochtans leidt zelfs deze PSR studie aan bepaalde tekortkomingen. Allereerst was deze « oorlog tegen het terrorisme » begonnen na de 11de september niet nieuw, maar alleen een uitbreiding van de voordien ingezette interventie politiek in Irak en Afghanistan.

Bovendien betekent de enorme gegevensschaarste ten opzichte van Afghanistan dat de PSR studie het dodental in dit land waarschijnlijk heeft onderschat.

Irak

De oorlog in Irak is niet in 2003 begonnen maar in 1991 met de eerste Golfoorlog, waarop een via de Verenigde Naties opgelegde twaalfjarige sanctieperiode volgde.

Een aan de PSR voorafgaande studie geleid door Beth Daponte - destijds demografe aan het statistiekbureau van de Amerikaanse regering - toont een Iraaks dodental als gevolg van de eerste Golfoorlog van ongeveer 200.000 hoofdzakelijk civiele slachtoffers [2]. In de tussentijd werd haar studie gecensureerd door de autoriteiten.

Nadat de door de Verenigde Staten geleide coalitie zich uit Irak had teruggetrokken, zette de oorlog tegen dit land zich voort via een reeks sancties van de Verenigde Naties opgedrongen door de VS en Groot-Brittannië. Om deze te motiveren werd als voorwendsel genoemd president Saddam Hussein te verhinderen het materieel nodig voor potentiële massa vernietigingswapens te verkrijgen. Onder dit embargo vielen een groot aantal goederen van eerste levensbehoefte onmisbaar voor de civiele bevolking.

Volgens de nooit betwijfelde schatting van de VN verloren ongeveer 1,7 miljoen leden van de Iraakse civiele bevolking het leven door deze brutale Westerse sancties, waarvan bijna de helft kinderen waren [3].

Het schijnt dat deze overvloed van doden opzet was. Onder de door de VN sancties verboden goederen bevonden zich de chemische producten en apparatuur essentieel voor het functioneren van het Iraakse nationale waterzuivering-systeem. Er werd een geheim document van de Militaire inlichtingendienst van het Pentagone (de DIA, voor Defence Intelligence Agency) ontdekt door Professor Thomas Nagy, docent aan de Business School van de George Washington universiteit. Volgens hem vormt dit document « een eerste blauwdruk voor volkerenmoord tegen het Iraakse volk ».

In zijn wetenschappelijk artikel voor de Association of Genocide Scholars aan de universiteit van Manitoba in Canada, legde professor Nagy uit dat het DIA document « tot in het detail een geheel operationele methode ontvouwde om ‘het waterzuivering-systeem van een gehele natie volkomen te vernielen’ voor een tienjarige periode. Op deze manier zou de sancties-politiek « de gunstige voorwaarden creëren voor een grootse ziekte-verspreiding, waaronder uitgebreide epidemieën (…) om zo een groot gedeelte van de Iraakse bevolking te liquideren » [4].

Dit betekent, dat voor Irak alleen, de door de VS tegen dit land geleide oorlog tussen 1991 en 2003 ongeveer 1,9 miljoen Irakiërs zijn gedood; vervolgens, kunnen we er vanaf 2003 ongeveer 1 miljoen doden in telling brengen. In totaal zal dus deze militaire campagne bijna 3 miljoen personen van het leven hebben beroofd.

Afghanistan

In Afghanistan zouden de ramingen van de PSR over het totale aantal slachtoffers duchtig onderschat kunnen zijn. Zes maanden na de bombardementen van 2001 bracht Jonathan Steele, journalist van de Guardian aan het licht dat tussen 1.300 en 8.000 Afghanen er direct door waren gedood [5]. Hij voegde hieraan toe dat er een verhoogde sterfte van ongeveer 50.000 personen in deze zelfde periode was als gevolg van deze oorlog.

In zijn boek, Body Count: Global Avoidable Mortality Since 1950, professor Gideon Polya paste dezelfde methode toe als de Guardian gebruikte om de jaarlijkse sterftecijfers van de Bevolkingsdivisie van de VN te analyseren [6]. Zo kon hij plausibele cijfers van de over-sterfte in Afghanistan berekenen. Polya, een gepensioneerde biochemicus van de La Trobe universiteit in Melbourne, kwam tot de slotsom dat het totale vermijdbare dodental in dit land —permanent in oorlog sinds 2001 en lijdend onder de ontberingen van de bezetter—, 3 miljoen personen bedroeg (waarvan 900.000 kinderen van onder de vijf jaar).

Hoewel de vindingen van professor Polya niet in een universitaire revue waren gepubliceerd, werd de studie, opgenomen in zijn boek van 2007: Body Count, aanbevolen door Jacqueline Carrigan, professor in sociologie aan de Staatsuniversiteit van Californië [7]. Zo heeft ze deze studie gepresenteerd als « een mijn van gegevens over de situatie van de globale sterfte », in een recensie gepubliceerd door een revue van de Academische edities Routledge, Socialism and Democracy.

Zoals in het geval van Irak, waren de VS-interventies in Afghanistan ver voor de 11de September begonnen, in de vorm van een illegale Amerikaanse steun aan de taliban op militair, logistiek en financieel gebied vanaf 1992. Deze geheime assistentie heeft de gewelddadige verovering mogelijk gemaakt van bijna 90 % van het Afghaans grondgebied door de taliban [8].

In 2001 publiceerde de National Academy of Sciences een rapport getiteld: Forced Migration and Mortality [9]. In deze studie onderstreepte Steven Hansch — een vooraanstaande epidemioloog en directeur van Relief International — dat de oversterfte door de gevolgen van de oorlog in de jaren 1990 tussen 200.000 en 2 miljoen doden met zich had gebracht in Afghanistan. Natuurlijk heeft de Sovjetunie zijn deel van de verantwoordelijkheid in de vernietiging van de civiele infrastructuren van dit land, daarmee de basis leggend voor de menselijke catastrofe.

Wanneer men ze samenneemt suggereren de getallen dat in Afghanistan de totale directe en indirecte gevolgen van de Amerikaanse [en Westerse] militaire operaties van begin 1990 tot vandaag begrepen kunnen zijn tussen 3 en 5 miljoen doden.

Ontkenning

Volgens de getallen die we hier bestudeerd hebben zou het totaal van de sterfgevallen veroorzaakt door de Westerse interventies in Irak en in Afghanistan sinds de jaren 1990 — van de directe doden tot de impact van de oorlogs-ontberingen op langere termijn — 4 miljoen kunnen zijn: 2 miljoen in Irak tussen 1991 en 2003, en 2 miljoen door de « oorlog tegen het terrorisme ». Het zou zelfs tot 6 of 8 miljoen kunnen oplopen als men de hoge schattingen van oversterfte in Afghanistan in rekening neemt.

Het is mogelijk dat deze getallen te hoog zijn, maar daar zullen we nooit zekerheid over kunnen hebben. Het is ook zo dat de politiek van de Amerikaanse en Engelse strijdkrachten er op gericht is de berekening van de civiele verliezen door hun militaire operaties te weigeren — ze zijn een niet ter zake doend ongemak.

Door de ernstige gegevensschaarste in Irak, de vrijwel niet bestaande archieven in Afghanistan en de onverschilligheid van de Westerse regeringen ten aanzien van civiele doden is het letterlijk onmogelijk de werkelijke omvang van de sterfgevallen veroorzaakt door deze interventies precies vast te stellen.

Door de afwezigheid van vrijwel elke mogelijkheid tot het staven van deze cijfers, verschaffen ze toch plausibele schattingen, verkregen door het toepassen van de statistische methodologie die zich grondt op het beste beschikbare bewijsmateriaal — zij het schaars. Ze geven ons een idee van de schaalgrootte van de verwoestingen, zelfs zonder de precieze details.

Het merendeel van deze doden werden gemotiveerd in verband met de strijd tegen de tirannie en het terrorisme. Evenwel, door de stilzwijgende medeplichtigheid van de media voor het grote publiek, heeft de meerderheid van de staatsburgers geen enkel idee van de werkelijke omvang van deze onafgebroken verschrikkingen — uitgeoefend in hun naam — door de Amerikaanse en Britse tirannie in Irak en in Afghanistan.

Vertaling
Bart Ero

Bron
Middle East Eye (Verenigd Koninkrijk)

Bijlagen

 

[1] « Mortality before and after the 2003 invasion of Iraq : cluster sample survey », by Les Roberts, Riyadh Lafta, Richard Garfield, Jamal Khudhairi, Gilbert Burnham, The Lancet, October 11, 2006.

[2] “Toting the Casualties of War”, Bloomberg Business, February 5, 2013.

[3] Behind the War on Terror: Western Secret Strategy and the Struggle for Iraq, Nafeez M. Ahmed, New Society Publishers (September 1, 2003).

[4] “The Role of Iraq Water Treatment Vulnerabilities in Halting One Genocide and Preventing Others”, Thomas J. Nagy, Association of Genocide Scholars, June 12, 2001.

[5] “Forgotten victims”, Jonathan Steele, The Guardian, May 20, 2002.

[6] Body Count Global Avoidable Mortality Since 1950, Gideon Polya, G.M. Polya, Melbourne (2007).

[7] “Body Count: Global Avoidable Mortality Since 1950”, Jacqueline Carrigan, Socialism and Democracy, April 13, 2011.

[8] “Islamic State is the cancer of modern capitalism”, Nafeez M. Ahmed, Middle East Eye, March 27, 2015.

[9] Forced Migration and Mortality, Holly E. Reed and Charles B. Keely, Editors; Roundtable on the Demography of Forced Migration; Committee on Population; Division of Behavioral and Social Sciences and Education; National Research Council (2001).

Nafeez Mosaddeq Ahmed

Nafeez Mosaddeq Ahmed Politologue britannique, auteur de La Guerre contre la liberté : Comment et pourquoi l’Amérique a été attaquée le 11 Septembre 2001 (éd. Demi-Lune). Il a notamment travaillé pour The Guardian, The Independent, le Sydney Morning Herald et Le Monde diplomatique. À travers son travail sur les opérations clandestines en lien avec le terrorisme international et sur les causes profondes de ce fléau, il a officiellement contribué à la Commission nationale d’enquête sur le 11-Septembre, ainsi qu’aux investigations sur les attentats de Londres.

 
Voltaire Netwerk

Voltaire, internationale editie

Artikelen onder de Creative Commons licentie

U kunt de artikelen van het Voltaire Netwerk vrij reproduceren op voorwaarde de bron te vermelden en ze niet te veranderen noch ze voor commerciële doeleinden te gebruiken (licentie CC-BY-NC-ND)

Het Voltaire Netwerk ondersteunen

U gebruikt deze site waar uw kwaliteits-analyses vindt die u helpen uw opvatting van de wereld te smeden. Deze site kan zonder uw financiële steun niet voortbestaan.
Helpt ons met een bijdrage.

Hoe aan het Voltaire Netwerk deel te nemen ?

De animators van het netwerk zijn allen vrijwilligers.
- Vertalers op beroepsniveau: u kunt aan het vertalen van de artikelen deelnemen.