Voltaire Netwerk

Angelsaksische geld beheerders hebben de Tweede Wereldoorlog georganiseerd

Ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de overwinning op het Nazisme publiceren we een onderzoek van Valentin Katasonov over de financiering van de NSDAP en de herbewapening van het Derde Rijk. De auteur baseert zich op in 2012 gepubliceerde documenten die bevestigen dat de Tweede Wereldoorlog werd georganiseerd door Amerikaanse en Engelse bankiers, gedekt door Eerste minister Neville Chamberlain, in de hoop de USSR te vernietigen. Dit onderzoek werpt nieuwe vragen op die in een volgend artikel ter sprake zullen komen.

| Moskou (Rusland)
+
JPEG - 17.1 kB
Hjalmar Schacht (links), de minister van financiën van Hitler, met zijn vriend Montagu Norman, gouverneur van de Bank van Engeland van 1920 tot 1944. Volgens de documenten die in 2012 door de Bank van Engeland werden onthuld was het goud van Tsjechoslowakije in Londen op een sub-rekening gedeponeerd op naam van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), de in Basel gebaseerde bank voor centrale banken. Toen de Nazi’s in maart 1939 Praag binnenvielen, hebben ze onmiddellijk gewapende soldaten naar de kantoren van de Nationale Bank gestuurd. De Tsjechische directeuren werden onder dreiging van de doodstraf bevolen twee bank orders te versturen. De eerste droeg de BIB op 23,1 ton goud van de Tsjecho-Slovaakse BIB rekening, aangehouden bij de Bank van Engeland, over te maken op de BIB rekening van de Reichsbank, ook aangehouden op Theadneedle Street. De tweede droeg de Bank van Engeland op bijna 27 ton goud aangehouden op naam van de Tsjecho-Slovaakse Nationale Bank over te maken op de BIB’s goudrekening bij de Bank van Engeland.

De oorlog werd niet ontketend door een razende Führer die toevallig op dat moment in Duitsland regeerde. De Tweede Wereldoorlog is een project van een wereld oligarchie, of, preciezer, van Brits-Amerikaanse « geld beheerders » of plutocraten. Met gebruik van instrumenten als de US Federal Reserve System en de Bank van Engeland, zijn ze vlak na de Eerste Wereldoorlog begonnen voorbereidingen te treffen voor het volgende wereld-omspannende conflict. Hun doelwit was de USSR.

De plannen Dawes en Young, de creatie van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), de schorsing van de Duitse herstelbetalingen voorzien in het Verdrag van Versailles en de aanvaarding van deze beslissing door de vroegere bondgenoten van Rusland, de massieve buitenlandse beleggingen in de economie van het Derde Rijk, de militarisering van de Duitse economie en de schendingen van het Verdrag van Versailles zijn even zovele mijlpalen op de weg van voorbereiding van de oorlog.

Achter dit complot stonden sleutelpersonen: de Rockefeller’s, de Morgan’s, Lord Montagu Norman (gouverneur van de Bank van Engeland) en Halmar Schacht (president van de Reichsbank en minister van Economische zaken van Hitler’s regering). Het strategische programma van de Rockefeller’s en de Morgan’s was Europa economisch te onderwerpen, Duitsland te Verzadigen met investeringen en buitenlandse kredieten, en dit land aan te zetten Rusland een dodelijke slag toe te brengen opdat deze terugkeert naar het kapitalisme, maar als een kolonie.

Montagu Norman (1871-1950) heeft een belangrijke rol gespeeld als intermediair om de dialoog gaande te houden tussen de Amerikaanse financiële milieus en de Duitse bedrijfsleiders. Hjalmar Schacht heeft de reconstructie van de verdedigingssector van de Duitse economie georganiseerd. De door de « geld beheerders » uitgevoerde operatie werd schuilgehouden door politici als Franklin Roosevelt, Neville Chamberlain en Winston Churchill. In Duitsland werden deze projecten uitgevoerd door Hitler en Halmar Schacht. Volgens bepaalde historici heeft Hjalmar Schacht een belangrijker rol gespeeld als Hitler. Alleen bleef Schacht uit de schijnwerpers.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog was het Plan Dawes een poging voor de Triple Entente de Duitse herstelbetalingen te compromitteren en het verzamelen. Het Dawes Plan (zoals voorgesteld door het Dawes comité, gepresideerd door Charles G. Dawes) was in 1924 een poging om het probleem van de herstelbetalingen op te lossen, die de internationale politiek na de Eerste Wereldoorlog en het verdrag van Versailles hadden ondermijnd (Frankrijk, dat halsstarrig was, heeft meer dan 50 % van de betalingen geïncasseerd). Tussen 1924 en 1929 ontving Duitsland 2,5 miljard dollar van de Verenigde Staten en 1,5 miljard van Groot-Brittannië in het kader van het Dawes Plan. Dit zijn aanzienlijke bedragen, die overeenkomen met 1 biljoen (duizend miljard) hedendaagse US dollars). Hjalmar Schacht heeft een actieve rol gespeeld in de implementatie van het Dawes Plan. In 1929 heeft hij de resultaten samengevat en verklaarde dat Duitsland in 5 jaar meer buitenlandse leningen had ontvangen dan de Verenigde Staten in de 40 aan de Eerste wereldoorlog voorafgaande jaren. Dientengevolge was Duitsland de tweede industriële wereldmacht geworden, vóór Groot-Brittannië.

In de jaren 1930 bleef Duitsland investeringen en leningen ontvangen. Het in 1929 opgestelde en in 1930 officieel aangenomen Dawes Plan was een programma gericht op de betaling van de Duitse oorlogsschulden aan het eind van de Eerste wereldoorlog. Het was gepresenteerd door het comité geleid (1929-30) door de Amerikaanse industrieel Owen D. Young, oprichter en ex-eerste president van de Corporation of America (RCA). In die periode zetelde hij ook in de Raad van bestuur van de Rockefeller Foundation, en was bovendien één van de afgevaardigden geweest bij de vorige reorganisatie van reparatiebetalingen: het Dawes Plan van 1924. Volgens plan werd in 1930 de Bank voor Internationale Betalingen opgericht om Duitsland de reparaties aan de overwinnaars te laten betalen. In werkelijkheid heeft het geld een heel andere richting genomen, namelijk vanuit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië naar Duitsland. De meerderheid van de strategisch belangrijke Duitse bedrijven was geheel of gedeeltelijk Amerikaans kaptaal. Sommigen behoorden toe aan Britse investeerders. De sectors olieraffinage en vloeibaarmaking van steenkool van de Duitse economie waren in handen van Standard Oil (de Rockefellers). De gigant van de chemische industrie Farbenindustrie AG was onder de controle van de Morgan groep gekomen. Veertig procent van het telefoonnet en 30 % van de Focke Wulf aandelen waren onder de controle van het Amerikaanse bedrijf ITT. De radio en de electriciteit giganten AEG, Siemens en Osram kwamen onder controle van American General Electric. ITT en General Electric maakten deel uit van het Morgan imperium. 100 % van de Volkswagen aandelen behoorden aan de Amerikaan Ford. In de tijd dat Hitler aan de macht kwam waren vrijwel alle strategisch belangrijke sectors van de Duitse economie onder controle van US kapitaal: aardolieraffinage, synthetische brandstof productie, chemie, automobiel bouw, luchtvaart, elektrotechniek, radio, evenals een groot deel van de machinebouw industrie (278 bedrijven in totaal). De grote Duits banken, zoals de Deutsche Bank, de Dresdner Bank, de Donat Bank en enkele anderen, waren onder US controle.

***

Op 30 januari 1933 werd Hitler benoemd tot Kanselier van Duitsland. Voor die tijd was zijn kandidatuur door de Amerikaanse bankiers op de keper beschouwd. Hjalmar Schacht was in de herfst van 1930 naar de Verenigde Staten gegaan om met Amerikaanse collega’s over deze nominatie te praten. De benoeming van Hitler werd uiteindelijk in een geheime vergadering van Amerikaanse financiers goedgekeurd. Schacht was het hele jaar 1932 bezig geweest met het overtuigen van de Duitse bankiers dat Hitler de beste kandidaat was voor deze post. Hij heeft zijn doel bereikt. Midden november 1932 hebben 17 van de grootste Duitse bankiers en industriëlen een brief aan President Hindenburg gericht waarin ze de vraag formuleerden Hitler tot kanselier te benoemen. De laatste werkvergadering van de Duitse financiers is 4 januari 1933 in Keulen gehouden, in de woning van bankier Kurt von Schröder. Vervolgens kwam de nationaal socialistische partij aan de macht. De betrekkingen van de van Duitse en Angelsaksische financiers en economen zijn toen geïntensifieerd.

Hitler heeft onmiddellijk aangekondigd dat hij de oorlogsreparaties weigerde te betalen. Hij heeft betwijfeld dat Engeland en Frankrijk hun eigen schulden van de Eerste wereldoorlog aan de Verenigde Staten konden betalen. Washington maakte geen enkel bezwaar op Hitler’s aankondiging. In mei 1933 reisde Hjalmar Schacht nogmaals naar de Verenigde Staten. Daar ontmoette hij president Franklin Roosevelt en de grote bankiers met het doel een kredietlijn van 1 miljard dollar aan te vragen. In juni van datzelfde jaar heeft Hjalmar Schacht de boot naar Londen genomen om zich te onderhouden met Montagu Norman. Alles ging van een leien dakje. De Britten stemden in met een lening van 2 miljard dollar. Ze maakten geen enkel bezwaar omtrent Duitsland’s beslissing te aflossing van zijn schuld te schorsen.

Volgens bepaalde historici waren de Amerikanen en de Britten toegeeflijk omdat vanaf 1932 de Sovjet Unie het vijfjarenplan van economische ontwikkeling had gerealiseerd teneinde als wereldmacht nieuwe hoogten te bereiken. Enige duizenden maatschappijen waren er opgericht, in het bijzonder in de zware industrie. De afhankelijkheid van de USSR t.o.v. de invoer van industriële producten was zodoende belangrijk verminderd. De kansen om de Sovjetunie economisch te wurgen waren vrijwel tot nul gedaald. Ze besloten hun toevlucht te nemen tot oorlog en de versnelde militarisering van Duitsland te lanceren.

Het was voor Duitsland makkelijk Amerikaanse kredieten te verkrijgen. Hitler was in zijn land op zelfde tijd aan de macht gekomen als Franklin Roosevelt in de Verenigde Staten. De bankiers die Hitler in 1931 hebben ondersteund waren precies dezelfde als degenen die de verkiezing van Roosevelt ondersteunden. Eenmaal op zijn plaats kon de nieuwe president niet minder doen dan Duitsland royale kredieten toe te kennen. Trouwens, velen hebben de grote gelijkenis tussen de New Deal en de economische politiek van het Duitse Derde Rijk opgemerkt. Geen wonder. Het zijn inderdaad dezelfden die de twee regeringen uit de brand hielpen en adviseerden. Ze representeerden hoofdzakelijk de financiële milieus van de Verenigde Staten.

De New Deal van Roosevelt begon onderweg al spoedig te strompelen. In 1937 plonsde Amerika in het moeras van de economische crisis. In 1939 liep de US economie op 33% van diens industriële capaciteit (het was 19% op het dieptepunt van 1929-1933 crisis).

Rexford G. Tugwell, een economist van de eerste Brain Trust, een door Franklin Roosevelt gevormde equipe van universitaire academici van de Universiteit van Colombia die meewerkte aan de politieke aanbevelingen die tot de New Deal van Roosevelt geleid hebben, schreef in 1939 dat de regering geen enkel succes had gehad. De toestand is onveranderd gebleven tot de dag dat Hitler Polen binnenviel. Alleen de machtige wind van de oorlog konden de mist uiteendrijven. Wat Roosevelt ook probeerde, zijn initiatieven waren tot mislukken gedoemd [1]. Alleen de wereldoorlog kon het Amerikaanse kapitalisme redden. In 1939 hebben de geld beheerders alles in het werk gesteld om Hitler onder druk te zetten en hem te aan te vuren in het Oosten een oorlog op grote schaal te lanceren.

***

De bank voor internationale betalingen (BIB) heeft een belangrijke rol gespeeld in de Tweede Wereldoorlog. Ze was gesticht als bruggenhoofd van de belangen van de Verenigde Staten in Europa, en als verbinding tussen de Anglo-Amerikaanse en Duitse ondernemingen. Het was in zekere zin een offshore zone die de kosmopolitische kapitalen beschermde tegen politieke initiatieven, oorlogen, sancties enz. De bank werd gecreëerd in de vorm van een openbare commerciële eenheid. Zijn immuniteit tegen regeringsinmengingen en, bijvoorbeeld, tegen de belastingen, was gegarandeerd door het in Den Haag in 1930 gesloten internationale akkoord.

De bankiers van de Federale Reserve Bank van New York, nauw verwant aan Morgan, Montagu Norman, gouverneur van de Bank of England, Duitse financiers zoals Hjalmar Schacht (president van de Reichsbank en minister van economische zaken van Hitler’s regering), Walther Funk (die Hjalmar Schacht verving als president van de Reichsbank) en Emil Puhl; allen hebben een belangrijke rol gespeeld in de inspanningen voor de stichting van de Bank. Onder de oprichters waren ook de centrale banken van Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Duitsland, België en enkele andere privé banken. De Federale Bank van New York deed wel zijn best, maar maakte geen deel uit van de oprichters. De Verenigde Staten werden gerepresenteerd door de privé bank First National Bank of New York, J.P. Morgan and Company, de First National Bank of Chicago, die allen deel uitmaakten van het Morgan imperium. Japan was ook gerepresenteerd door privé banken. In 1931-1932, sloten 19 Europese centrale banken zich aan bij de Bank voor Internationale Betalingen. Gates W. McGarrah, een bankier van de clan van de Rockefellers, was de eerste president van de Raad van Bestuur van de BIB. Hij werd vervangen door Leon Fraser, die de Morgan clan vertegenwoordigde. In de oorlogsjaren werd de bank gepresideerd door een Amerikaanse inwoner, Thomas H. McKittrick.

De activiteiten van de BIB ten dienste van de belangen van het Derde Rijk hebben veel inkt doen vloeien. De Bank was met transacties van verschillende landen geïmpliceerd, waaronder die waar Duitsland in oorlog mee was.

Sinds Pearl Harbor speelde de Bank van Internationale Betalingen de rol van correspondent van de Federal Reserve Bank van New York. Ze was onder Nazi controle gedurende de oorlog, hoewel de Amerikaan Thomas Huntington McKittrick president was. De soldaten stierven op de slagvelden terwijl de directie van de BIB zich in Basel verenigde met de Duitse, Japanse, Italiaanse, Belgische, Britse en Amerikaanse bankiers. Daar in de oase van vrede gevormd door de Zwitserse offshore zone werkten de vertegenwoordigers van de combattanten rustig samen in een klimaat van wederzijdse begrip.

Zwitserland werd de plaats waar Duitsland het uit alle hoeken van Europa gestolen goud in veiligheid bracht. In maart 1938, toen Hitler Wenen binnenviel, werd een deel van het Oostenrijks goud overgebracht in de kluizen van de BIB. Hetzelfde gebeurde met het goud van de Tsjechische nationale bank (48 miljoen dollar). Toen de oorlog is uitgebroken kwam het goud door wijd open deuren de Bank van Internationale Betalingen binnen. Duitsland herwon het in de concentratiekampen en bij de plundering van de rijkdom van de bezette landen (alles wat aan civielen behoorde inbegrepen: juwelen, gouden kronen, sigaretten etuis, diverse gebruiksvoorwerpen, enz.). Dat was wat men het Goud van de Nazi’s noemde. Het werd tot goudstaven gesmolten en gedeponeerd op de Bank van Internationale Betalingen in Zwitserland of buiten Europa. In zijn boek Trading With The Enemy: An Expose of The Nazi-American Money Plot 1933-1949, schreef Charles Higham dat tijdens de oorlog de nazi’s 378 miljoen dollar op de rekeningen van de BIB hebben gestort.

Enkele woorden over het Tsjechisch goud. De details zijn boven water gekomen na de opheffing van de geheimhouding van de archieven van de Bank van Engeland in 2012 [2]. In maart 1939 nam Duitsland Praag in. De nazi’s hebben 48 miljoen dollar van de nationale goud reserves opgeëist. Er werd hun geantwoord dat dit bedrag al aan de Bank van Internationale Betalingen was overgemaakt. Later werd het bekend dat dit goud van Basel was getransporteerd naar de kluizen van de Bank van Engeland. Op bevel van Berlijn werd het goud overgebracht naar de BIB op de rekening van de Reichsbank. Daarna heeft de Bank van Engeland gezorgd voor het uitvoeren van transacties op aan de BIB opgedragen orders van de Reichsbank. Deze orders werden weer naar Londen doorgegeven. Er zijn dus afspraken geweest tussen de Duitse Reichsbank, de Bank voor Internationale Betalingen et de Bank van Engeland. In 1939 is er in Groot-Brittannië een schandaal uitgebroken toen bekend werd dat de Bank van Engeland transacties uitvoerde met betrekking tot het Tsjechische goud op orders van Berlijn en Basel, en niet van de Tsjechische regering. In juni 1939 bijvoorbeeld, drie maanden voor het begin van de oorlog tussen Groot-Brittannië en Duitsland, heeft de Bank van Engeland de Duisters geholpen 440.000 Engelse ponden waard aan goud op hun rekening over te brengen, en er een gedeelte van aan New York te doen toekomen (Duitsland stelde zo zeker dat de Verenigde Staten geen oorlog zouden verklaren in geval van een Duitse interventie in Polen).

Deze illegale transacties met het Tsjechische goud zijn uitgevoerd met stilzwijgende goedkeuring van de regering van Groot-Brittannië, die bewust was van wat er aan de hand was. De Eerste minister Neville Chamberlain, de Britse minister van financiën sir John Simon en de andere hooggeplaatsten hebben alles gedaan om de waarheid te verdoezelen, schaamteloze leugens inbegrepen (door te verklaren dat het goud aan zijn rechtmatige eigenaar was gerestitueerd of dat het nooit naar de Reichsbank was overgemaakt). De onlangs openbaar gemaakte documenten van de Bank van Engeland onthullen de feiten en tonen aan dat de verantwoordelijke overheidsinstanties hebben gelogen, ten einde zichzelf zowel als de activiteiten van de Bank van Engeland en de Bank voor Internationale Betalingen te dekken. De coördinatie van deze gezamenlijke misdadige activiteiten was kinderspel als men weet dat Montagu Norman, directeur van de Bank van Engeland ook de Raad van Bestuur van de Bank voor Internationale Betalingen voorzat. Hij heeft trouwens nooit zijn sympathie jegens fascisten verborgen.

De conferentie van Bretten Woods, formeel bekend als Monetaire en financiële conferentie van de Verenigde Naties, heeft 730 afgevaardigden uit alle 44 landen bijeengebracht in het Mount Washington Hotel in Bretton Woods, New Hampshire, in de Verenigde Staten, met het oog op het regelen van het internationale monetaire en financiële orde aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Deze conferentie werd gehouden op 22 juli 1944. De Bank voor Internationale Betalingen bevond zich plotseling in het middelpunt van de belangstelling. Er werd gerapporteerd dat ze met fascistisch Duitsland had meegewerkt. Zonder in details te treden beperk ik me tot te zeggen dat na heel wat moeilijkheden (bepaalde Amerikaanse afgevaardigden hadden zich tegen de motie gekeerd) zijn de afgevaardigden het eens geworden om de BIB te sluiten. Deze beslissing van de internationale conferentie is nooit toegepast. Alle informaties die de activiteiten van de BIB gedurende de oorlog in diskrediet konden brengen zijn zonder gevolg gebleven. Vandaag nog draagt dit bij tot de falsificatie van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Tot slot enkele woorden over Hjalmar Schacht (1877-1970), voormalig president van de Reichsbank en minister van economische zaken van de fascistische regering van Duitsland. Hij was een sleutelpersoon in de controle van de economische machine van het Derde Rijk door te fungeren als buitengewoon en gevolmachtigde ambassadeur van het Anglo-Amerikaans kapitaal in Duitsland. In 1945 werd Schacht berecht in Neurenberg en op 1 oktober 1946 vrijgesproken. Hij ontsnapte aan beschuldigingen van moord. Net als Hitler, kwam hij om onverklaard gebleven redenen niet voor op de lijst van de belangrijkste oorlogsmisdadigers van 1945. Beter nog, Schacht heeft zijn beroepsleven weer opgenomen alsof er niets aan de hand was, en de NV Schacht opgericht in Düsseldorf. Dit detail kan als onbetekenend beschouwd worden, maar het bevestigt nogmaals dat de Anglo-Amerikaanse « money owners » en hun in Duitsland gevolmachtigde afgevaardigden de afloop van de Tweede Wereldoorlog voorbereid en in zekere mate beïnvloed hebben. De « money owners » willen de geschiedenis van de oorlog herschrijven en diens resultaten veranderen.

Vertaling
Bart Ero

Bron
Strategic Culture Foundation (Russie)

[1] P.Tugwell, The Democratic Roosevelt, A Biography of Franklin D. Roosevelt, New York, 1957, p 477.

[2] http://www.bankofengland.co.uk/arch...

Valentin Katasonov

Valentin Katasonov Professeur au Département de Moscou de l’Institut d’Etat de Finance internationale, docteur en sciences économiques, membre correspondant de l’Académie des sciences économiques et commerciales. Il fut consultant des Nations Unies (1991-93), membre du Conseil consultatif auprès du Président de la Banque européenne pour la reconstruction et le développement (BERD) (1993-96), chef du Département des relations monétaires internationales du ministère des Affaires étrangères de la Russie (2001-11).

 
Voltaire Netwerk

Voltaire, internationale editie

Artikelen onder de Creative Commons licentie

U kunt de artikelen van het Voltaire Netwerk vrij reproduceren op voorwaarde de bron te vermelden en ze niet te veranderen noch ze voor commerciële doeleinden te gebruiken (licentie CC-BY-NC-ND)

Het Voltaire Netwerk ondersteunen

U gebruikt deze site waar uw kwaliteits-analyses vindt die u helpen uw opvatting van de wereld te smeden. Deze site kan zonder uw financiële steun niet voortbestaan.
Helpt ons met een bijdrage.

Hoe aan het Voltaire Netwerk deel te nemen ?

De animators van het netwerk zijn allen vrijwilligers.
- Vertalers op beroepsniveau: u kunt aan het vertalen van de artikelen deelnemen.